Sign. - Afstand van onderbedelingsvordering door ex-echtgenote was aftrekbaar


Enkele weken voordat de echtscheidingsbeschikking werd ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand hebben M en V een echtscheidingsconvenant ondertekend. Daarin is onder meer bepaald dat M en V over en weer niet zullen bijdragen in de kosten van elkaars levensonderhoud. Verder is bepaald dat M bij de verdeling van de gemeenschappelijke goederen met € 35.000 is overbedeeld. In haar aangifte inkomstenbelasting voor het jaar 2006 heeft V zich op het standpunt gesteld dat zij een bedrag als afkoop van alimentatie kan aftrekken omdat M en V zijn overeengekomen dat V de partneralimentatie waarop M recht had, zou afkopen door afstand te doen van haar vordering wegens onderbedeling. Omdat de belastinginspecteur de aftrek heeft betwist, is het geschil voorgelegd aan de rechtbank.
Volgens de rechtbank heeft V voldoende bewezen dat zij de partneralimentatie waarop M recht had, heeft afgekocht door afstand te doen van haar vordering wegens onderbedeling. Dit betekent dat V zich een kapitaalsuitgave heeft getroost om M ertoe te bewegen van zijn aanspraak op een uitkering tot levensonderhoud af te zien zodat hier sprake is van een afkoop van alimentatie in de zin van artikel 6.3 lid 1 sub b Wet IB 2001 (vgl. HR 5 april 1978, BNB 1978/113, en Hof Leeuwarden 20 april 1979, BNB 1980/251).
Verder constateert de rechtbank dat het echtscheidingsconvenant is gemaakt onder de opschortende voorwaarden dat de echtscheiding tot stand komt en dat V wordt ontslagen uit haar verplichtingen jegens de bank uit hoofde van de hypothecaire lening ter zake van de echtelijke woning. Volgens de rechtbank heeft dit in casu ertoe geleid dat de alimentatieverplichting werd afgekocht, nadat de echtscheidingsbeschikking…

Terug naar overzicht