Sign. - Afweging omstandigheden en belangen ten aanzien van verlenen vervangende toestemming


Het huwelijk van M en V, waaruit twee kinderen zijn geboren, is in 2005 door echtscheiding ontbonden. Partijen hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen. De gewone verblijfplaats van de kinderen is bij V bepaald en er is een omgangsregeling ten behoeve van M vastgesteld.
V is met de kinderen – ongeoorloofd – naar België verhuisd. In een Belgische kortgedingprocedure is bepaald dat zij de kinderen onmiddellijk moet doen terugkeren naar Nederland. De rechtbank heeft het verzoek van V om de omgangsregeling te wijzigen afgewezen, evenals haar verzoek om vervangende toestemming voor de verhuizing van de kinderen naar België. Die beslissing werd in hoger beroep bekrachtigd. De Hoge Raad heeft het vonnis van Hof Den Haag echter vernietigd en het geschil terugverwezen naar Hof Amsterdam.
In een geschil omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag dient de rechter een beslissing in het belang van het kind te nemen (artikel 1:253a BW). Bij deze beslissing dient een belangenafweging plaats te vinden in het licht van alle omstandigheden van het geval, waarbij het belang van het kind overheerst. Het kan echter dat bij deze afweging andere belangen zwaarder kunnen wegen. Hof Den Haag is bij haar oordeel echter niet toegekomen aan de belangenafweging; het verzoek van V werd afgewezen omdat zij geen gevolg heeft gegeven aan de door de Belgische rechter bevolen teruggeleiding van de kinderen. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat sinds dit (Belgische) oordeel inmiddels een aantal jaren is verstreken. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bij het beoordelen van het verzoek alle omstandigheden van het geval en alle betrokken belangen in overweging genomen hadden moeten worden.
Het hof overweegt, …

Verder lezen
Terug naar overzicht