Sign. - Afwijken van dwingend recht bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen op de voet van art. 2:349a BW jo. art. 2:8 lid 2 BW


De schrijver onderzoekt welke mogelijkheden de Ondernemingskamer heeft om af te wijken van dwingend recht bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen. Daarbij besteedt hij aandacht aan zowel nationale als Europese regelgeving. Ook gaat hij in op de absolute bevoegdheid van de Ondernemingskamer, het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van willekeur. (Ondernemingsrecht 2011, 99, mr. F. Eikelboom)

Verder lezen
Terug naar overzicht