Sign. - Afwijzing echtscheidingsverzoek


M en V zijn in 2002 met elkaar gehuwd en hebben beiden kinderen uit een eerder huwelijk. M lijdt aan de ziekte Amyotrafe Laterale Sclerose (ALS) en is opgenomen in een verpleeghuis. Als gevolg van zijn ziekte is hij niet meer in staat om te praten. M verzoekt de echtscheiding uit te spreken. V verzet zich hiertegen. Volgens haar blijkt nergens uit dat het de wens van M is van haar te scheiden en is van duurzame ontwrichting van het huwelijk geen sprake.
Nu M wegens zijn lichamelijke toestand niet in staat bleek om de mondelinge behandeling bij de rechtbank bij te wonen en teneinde te kunnen beoordelen of M de verzochte echtscheiding wenst, heeft de mondelinge behandeling van de zaak gedeeltelijk in het verpleeghuis plaatsgevonden. Volgens de voorzieningenrechter is gesteld noch gebleken dat M als gevolg van zijn ziekte niet langer in staat is zijn wil te bepalen. In het verpleeghuis is gebleken dat de communicatie met M, als gevolg van zijn ziekte, wel zeer moeizaam verloopt. Desondanks heeft M aan de rechter duidelijk gemaakt (door het vasthouden en het uitoefenen van druk op de hand van de rechter) dat hij de echtscheiding niet wenst. Daar komt bij dat de rechter heeft waargenomen dat M V niet fysiek heeft afgewezen toen zij enige tijd bij hem stond en zijn hand vasthield. Voorts is van belang dat de omstandigheden die naar voren zijn gebracht omtrent de duurzame ontwrichting van het huwelijk van partijen (artikel 1:151 BW) gelegen zijn in de gespannen verhouding tussen V en de kinderen van M, dan wel tussen de kinderen van M en van V onderling. Dit…

Verder lezen
Terug naar overzicht