Sign. - Afwijzing verzoek DNA-onderzoek


Het hof wijst, evenals de rechtbank (LJN BP6991 en LJN BP6936), het verzoek van een Indiaas echtpaar af om door een DNA-onderzoek te laten vaststellen dat een door Nederlandse ouders geadopteerde jongen hun biologische zoon is.
Verzoekers hebben, aldus het hof, er terecht op gewezen dat aan onder meer het (grond) recht op respect voor het privéleven een algemeen persoonlijkheidsrecht ten grondslag ligt dat mede omvat het recht van een kind om te weten van welke ouders het afstamt. Dit recht heeft internationaal ook erkenning gevonden in artikel 7 IVRK. Op grond van dit recht kan het kind aanspraak maken op openbaarmaking van de (afstammings)gegevens van zijn (vermoedelijke) vader en/of moeder door (hulpverlenings)instanties, dan wel (medewerking aan) een DNA-onderzoek afdwingen van zijn (vermoedelijke) vader en/of moeder. Hierbij dient nog wel aangetekend te worden dat dit recht niet absoluut is en moet wijken voor de rechten en vrijheden van anderen (zoals de vermoedelijke vader of moeder) wanneer die rechten in een gegeven geval zwaarder wegen.
De materiële en vooral immateriële belangen van het kind die het afstammingsrecht beoogd te beschermen zijn echter niet aan de orde in een geval als het onderhavige, waarin de (mogelijke) biologische ouders van een geadopteerd kind vaststelling van hun biologische ouderschap door middel van een DNA-onderzoek wensen. Aan genoemd recht van een kind om te weten van welke ouders men afstamt, is niet – spiegelbeeldig – een algemeen recht verbonden van een ouder om te weten dat een kind van hem of haar afstamt c.q. dat…

Terug naar overzicht