Sign. - Afwijzing verzoek om op grond van artikel 1:160 BW de voorlopige voorzieningen te wijzigen


M verzoekt, met een beroep op artikel 1:160 BW, de voorlopige voorzieningen te wijzigen en te bepalen dat zijn onderhoudsverplichting jegens V is geëindigd.
Volgens vaste jurisprudentie is het niet mogelijk om een beroep te doen op artikel 1:160 BW voordat de echtscheiding is ingeschreven, kort gezegd omdat het wettelijk gezien niet mogelijk is met meer dan een persoon tegelijk gehuwd of geregistreerd te zijn. Dit brengt mee dat aan analoge toe-passing van dit artikel in het kader van (de wijziging van) voorlopige voorzieningen normaal gesproken niet wordt toegekomen.
In dit geval is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en op 27 juli 2011 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Een beoordeling van het onderhavige verzoek zou derhalve wel betrekking kunnen hebben op de periode die gelegen is na de datum van inschrijving.
Indien aangenomen wordt dat sprake is van een samenleving als bedoeld in artikel 1:160 BW, is het door de wet bedoelde gevolg dat van rechtswege een definitief einde komt aan de onderhoudsplicht. Gezien de ernstige gevolgen voor de onderhoudsgerechtigde van een dergelijke beslissing is de rechtbank van oordeel dat samenleving als bedoeld in artikel 1:160 BW niet te snel mag worden aangenomen Wanneer de gestelde samenwoning niet wordt erkend door de onderhoudsgerechtigde, kan er reden zijn om de onderhoudsplichtige, als de partij die stelt dat sprake is van samenwoning, een bewijsopdracht te geven. De aard van de onderhavige procedure leent zich volgens de rechtbank echter niet voor het geven van een bewijsopdracht. Dit brengt mee dat de rechtbank van oordeel is dat er alleen grond is om artikel 1:160 BW toe te…

Terug naar overzicht