Sign. - Afwijzing verzoek tot vaststelling van partneralimentatie als voorlopige voorziening


Partijen waren overeengekomen dat de man met ingang van 1 november 2011 maandelijks aan de vrouw als bijdrage in haar kosten van levensonderhoud € 3.000 zou overmaken. Vanaf 1 januari 2012 zou de man € 5.064 per maand gaan betalen. De man heeft gemotiveerd gesteld zich door gewijzigde omstandigheden niet langer aan de gemaakte afspraken te kunnen houden. Er is geen schriftelijk beding van niet-wijziging van de overeenkomst. Hetgeen door de man is aangevoerd, rechtvaardigt een hernieuwde beoordeling. De vrouw blijkt vanaf het moment van het feitelijk uiteengaan van partijen samen te leven met een nieuwe partner.
Artikel 1:160 BW ziet op de situatie waarin 'een gewezen echtgenoot'gaat samenleven met een ander als ware zij gehuwd. Hieruit volgt dat het van rechtswege eindigen van de onderhoudsplicht in die situatie zich alleen kan voordoen na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Nu partijen op dit moment nog gehuwd zijn, is artikel 1:160 BW derhalve (nog) niet van toepassing. De vrouw heeft aangegeven dat zij op dit moment, en reeds sedert het uiteengaan van partijen, samenleeft als ware zij gehuwd met haar nieuwe partner, en dat het ook haar voornemen is om dit te blijven doen. Zij zal om deze reden, en onder verwijzing naar voornoemd artikel 1:160 BW, jegens de man geen aanspraak maken op een bijdrage in haar levensonderhoud na de echtscheiding. Nu de vrouw de gestelde samenleving niet heeft bestreden en duidelijk is geworden dat zij de intentie heeft om ook in de toekomst met haar huidige partner verder te gaan, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van…

Verder lezen
Terug naar overzicht