Sign. - Alimentatiebetaling aan naar Colombia vertrokken partner


Sinds 1996 hebben M en V een affectieve relatie, ofschoon zij nimmer duurzaam met elkaar hebben samengewoond. In 2003 hebben partijen een samenlevingscontract gesloten, waarin onder meer is opgenomen dat zij elkaar over en weer aanwijzen als partnerpensioengerechtigde. Uit de relatie is een zoon geboren, die in 2007 door M is erkend. In zijn testament van 6 september 2006 heeft M de door V bewoonde woning aan haar gelegateerd. In oktober 2008 is de relatie beëindigd en is V, samen met de zoon van partijen, teruggekeerd naar haar geboorteland Colombia.
In verband met de beëindiging van hun relatie hebben M en V een overeenkomst tot afwikkeling van de samenleving gesloten, zijn zij een alimentatieovereenkomst aangegaan, alsmede een daarbij behorende geldleningsovereenkomst van € 235.074. M heeft de overeenkomsten op 20 december 2008 ondertekend, V op 9 januari 2009.
Partijen zijn het volgende overeengekomen (1) M leent € 235.074 aan V om haar in staat te stellen in Colombia een nieuw bestaan op te bouwen, (2) M zal gedurende 5 jaar alimentatie aan V betalen, tot een totaalbedrag van € 235.074, (3) in 2008 heeft V reeds € 50.074 ontvangen. Voor de jaren 2009 t/m 2012 heeft V recht op een jaarlijkse uitkering van € 46.250, (4) de jaarlijkse alimentatie wordt verrekend met het nog openstaande bedrag van de geldlening en (5) de alimentatieverplichting vervalt wanneer V komt te overlijden.
M heeft in zijn IB-aangifte 2008 voormeld bedrag van € 50.074 als persoonsgebonden aftrek (artikel 6.3 lid 1 sub f…

Terug naar overzicht