Sign. - Ambtshalve proceskostenveroordeling in familiezaken ligt niet voor de hand


De rechtbank had zich uitgesproken over de zorgregeling ten aanzien van de minderjarige dochter van partijen. Daarbij is de vrouw veroordeeld tot het dragen van driekwart van de proceskosten. Partijen kunnen zich niet met de beslissing inzake de proceskostenveroordeling verenigen en zijn hiervan in hoger beroep gekomen. De vrouw voert aan dat de rechtbank haar ten onrechte heeft veroordeeld in driekwart van de proceskosten.
Het hof overweegt dat in zaken tussen ex-partners in het algemeen wordt besloten tot compensatie van kosten, hetgeen inhoudt dat iedere partij de eigen kosten dient te dragen. De gedachte daarachter is dat de afwikkeling van een scheiding en al wat daarmee samenhangt dikwijls gepaard gaat met persoonlijke en interrelationele moeilijkheden. De redelijkheid en billijkheid brengen met zich mee dat niet te snel tot een kostenveroordeling van een der partijen wordt overgegaan. Een zakelijk 'gelijk' van de een op een of meerdere onderdelen van de rechtsstrijd tussen partijen betekent immers niet zonder meer dat de ander, de aard van de geschilpunten in aanmerking genomen, de zaak zonder behoorlijke gronden aanhangig heeft gemaakt. Die gronden kunnen deels liggen in de emotionele geladenheid van de problematiek. De rechter in familierechtelijke aangelegenheden zou zijn taak miskennen, indien hij uitsluitend toegankelijk zou zijn voor een zakelijke en juridische argumentatie. De noodzakelijke terughoudendheid van de rechter wordt ook ingegeven door de overweging dat partijen in vele gevallen nog met elkaar verder moeten, in onderhavig geval als de ouders van een minderjarige dochter. Een kostenveroordeling (grotendeels) ten laste van de een ten gunste van de ander kan de verdere relatie belasten, nu deze veroordeling als prestigewinst kan worden opgevat.
Er kunnen zich echter…

Terug naar overzicht