Sign. - Appelverbod en proceskostenveroordeling


M is op 2 januari 2013 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 4?oktober 2012 van de rechtbank, waarbij – op verzoek van M – voorlopige voorzieningen hangende de (nog niet aanhangig gemaakte) echtscheidingsprocedure zijn getroffen. Bij die beschikking zijn de volgende voorlopige voorzieningen getroffen: (1) M zal bij uitsluiting gerechtigd zijn tot het gebruik van de echtelijke woning, (2) de minderjarige zoon van partijen zal aan M worden toevertrouwd en (3) V zal met ingang van 4 oktober 2012 € 40 per maand aan M verstrekken ten titel van partneralimentatie en € 640 per maand ten titel van kinderalimentatie. De beschikking is tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Volgens M dient het appelverbod van artikel 822 jo. 824 Rv doorbroken te worden omdat de rechtbank, bij de vaststelling van de hoogte van de alimentatie, ten onrechte rekening heeft gehouden met de bijdrage die V voor de dochter van partijen voldoet. M stelt dat de rechtbank hiermee ten onrechte artikel 1:395a BW heeft toegepast op een kind dat de leeftijd van 21 jaar reeds had bereikt, dan wel buiten het toepassingsgebied van artikel 1:395a BW is getreden.
Anders dan M is het hof van oordeel dat uit de bestreden beschikking niet blijkt dat de rechtbank artikel 1:395a BW heeft toegepast. Derhalve is naar het oordeel van het hof ook geen sprake van het ten onrechte toepassen van dat artikel, noch van het buiten het toepassingsgebied van het artikel treden. De rechtbank heeft slechts vastgesteld dat voldoende is vast komen te staan dat de dochter van partijen met toestemming van beide partijen haar universitaire studie heeft…

Verder lezen
Terug naar overzicht