Sign. - Arbitrage- of bindend adviesovereenkomst


M en V zijn in hun echtscheidingsconvenant onder meer het volgende overeengekomen: 'Indien er na ondertekening van deze overeenkomst tussen partijen geschillen ontstaan ter zake van de uitleg en de effectuering van deze overeenkomst of naar aanleiding van enige omstandigheid die rechtstreeks of zijdelings verband houdt met deze overeenkomst, zullen zij zich voor bemiddeling – en, ingeval deze niet slaagt – voor bindend advies wenden tot een scheidingsbemiddelaar van hun keuze'. V stelt dat partijen in het echtscheidingsconvenant een arbitrageovereenkomst dan wel een bindend adviesovereenkomst hebben gesloten en dat de rechtbank zich – nu M deze weg niet is ingeslagen – onbevoegd had dienen te verklaren. Het hof is van oordeel dat uit het convenant en de toelichting daarop van partijen niet kan worden afgeleid dat zij bij echtscheidingsconvenant een arbitrageovereenkomst hebben gesloten, dan wel een bindend adviesovereenkomst zoals bedoeld in Boek 7 Titel 15 BW. Partijen zijn slechts overeengekomen dat zij zich voor bemiddeling, en pas als dat niet slaagt voor bindend advies, zullen wenden tot een scheidingsbemiddelaar van hun keuze bij geschillen die ontstaan ter zake van de uitleg en de effectuering van de overeenkomst naar de situatie op dat moment dan wel naar aanleiding van enige omstandigheid die rechtstreeks of zijdelings verband houdt met de overeenkomst naar de situatie op dat moment. Het hof begrijpt het voorgaande aldus dat partijen bemiddeling als uitgangspunt hebben genomen. Bemiddeling gaat echter uit van bereidheid en vrijwilligheid van partijen, hetgeen betekent dat een van partijen de zaak bij ontbreken daarvan kan voorleggen aan de rechter. Nu de bindend adviesclausule gekoppeld is aan de bemiddeling en ook zodanig onbepaald en vaag is, kan dit niet als een arbitrage dan wel bindend adviesovereenkomst in…

Terug naar overzicht