Sign. - Beoordeling of erkenning reeds heeft plaatsgevonden


De (Gambiaanse) moeder en de (Nederlandse) man hebben elkaar negen jaar geleden in Gambia leren kennen en onderhouden een vriendschappelijke relatie. De moeder is zwanger geworden naar aanleiding van een gewelddadige verkrachting. De man heeft toegezegd het kind te zullen onderhouden en te verzorgen. De moeder is in Nederland bevallen en heeft het kind bij de burgerlijke stand aangegeven. Het geboortefeest heeft – in aanwezigheid en op kosten van de man – in Gambia plaatsgevonden. De moeder verblijft regelmatig in Nederland bij de man en de man regelmatig bij de moeder in Gambia.
Wanneer het kind (met het oog op een kort verblijf in Nederland) een eigen paspoort nodig heeft, vindt de moeder de heer X bereid zijn achternaam aan het kind te geven, zodat het kind in Gambia geregistreerd kan worden (hetgeen noodzakelijk is om aldaar een paspoort aan te kunnen vragen).
De man wenst het kind te erkennen zodat het kind zijn erfgenaam wordt en hij voor het kind kan zorgen indien de moeder zou komen te overlijden. Daarnaast zou erkenning bevestiging van de band tussen beiden inhouden. Volgens de ambtenaar is echter – door de registratie van X als vader – het juridische vaderschap reeds vastgelegd.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 4 WCA Gambiaans recht van toepassing is. Op grond van deze bepaling dienen de voorwaarden van erkenning door X bepaald te worden door het recht van de staat waarvan X de nationaliteit heeft, dan wel – indien erkenning niet (meer) mogelijk is volgens dat recht – van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind, dan wel de staat waarvan het kind de…

Terug naar overzicht