Sign. - Betwisting persoonlijke staat


X is geboren tijdens het huwelijk van zijn ouders. X heeft echter altijd vermoed dat de (inmiddels overleden) Y zijn vader was. Uit DNA-onderzoek is dit ook gebleken 'met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid'. X heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat hij niet de zoon is van zijn wettige vader, maar van Y. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.
X heeft verzocht de betwisting van zijn afstamming volgens zijn geboorteakte als zoon van [de vader]. gegrond te verklaren. Hij heeft dit verzoek gebaseerd op artikel 1:209 BW, welk artikel bepaalt dat iemands afstamming volgens zijn geboorteakte door een ander niet kan worden betwist, indien hij een staat overeenkomstig die akte heeft. Het hof stelt voorop dat een drietal niveaus van persoonlijke staat van elkaar moeten worden onderscheiden. Het eerste niveau is de persoonlijke staat zoals die volgt uit de wet. Tussen partijen is niet in geschil dat de persoonlijke staat van X volgens de wet 'zoon van [de vader]' is, nu X staande het huwelijk van zijn moeder en [de vader] is geboren. De persoonlijke staat volgens de wet kan slechts veranderen door een gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap. Hiertoe staan X evenwel na een onherroepelijke beschikking van de Hoge Raad geen rechtsmiddelen meer ter beschikking. Zijn persoonlijke staat volgens de wet staat dan ook vast.
De persoonlijke staat die volgt uit de wet wordt vastgelegd in een akte. Met de akte van geboorte kan de staat volgens de wet worden bewezen. Blijkens de in eerste aanleg overgelegde geboorteakte is de persoonlijke staat van X eveneens die van '…

Terug naar overzicht