Sign. - Bevoegdheid Nederlandse rechter op grond van art 8 Brussel II-bis


Het hof stelt voorop dat op grond van artikel 8 Brussel II-bis de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is van de verzoeken van de ouders kennis te nemen, nu is gebleken dat de moeder pas na het inleidend verzoekschrift d.d. 23 juni 2011, op 28 juni 2011 met de minderjarige naar Spanje is verhuisd.
Gelet op het perpetuatio fori-beginsel kan een wijziging in de gewone verblijfplaats van de minderjarige nadat de procedure in eerste aanleg is ingeleid, niet afdoen aan de eenmaal terecht aangenomen bevoegdheid van de Nederlandse rechter (vgl. HR 18 februari 2011, LJN BO7116).
Vaststaat dat de minderjarige vanaf zijn derde levensjaar tot aan het vertrek in juni 2011 het merendeel van de week bij de vader verbleef. In die periode waren de ouders in staat om afspraken te maken over de minderjarige zonder dat daarbij de minderjarige klem of verloren is geraakt. De ouders zijn in staat geweest om beslissingen van enig belang omtrent de minderjarige te nemen: bijvoorbeeld over de schoolkeuze en over de voetbalclub. Na het vertrek van de moeder met de minderjarige naar Spanje is de communicatie tussen de ouders verslechterd, doch een minimale vorm van communicatie is mogelijk gebleken. Zo zijn afspraken gemaakt over het verblijf van de minderjarige bij de vader in december 2011. Het hof is dan ook van oordeel dat, gelet hierop en op het verleden waarin de vader zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor de opvoeding en verzorging van de minderjarige, sprake is van een basis voor gezamenlijk gezag, zonder dat de minderjarige daarbij klem of verloren raakt. Evenmin zijn feiten of omstandigheden naar voren gekomen op grond waarvan zou…

Terug naar overzicht