Sign. - Bewijs dat vrouw heeft ingestemd met stopzetting betaling partneralimentatie


Naar het oordeel van het hof staat vast dat de man aan de vrouw heeft meegedeeld dat hij, gelet op de brief van 29 november 2006 van de gemeente, met ingang van 1 januari 2007 stopt met het betalen van een bijdrage in haar levensonderhoud. Niet is gebleken dat de vrouw met zoveel woorden hiermee heeft ingestemd. Zij heeft de man kennelijk wel laten weten dat zij zich niet kon voorstellen dat hij niet meer hoefde te betalen. Zij heeft naar haar zeggen bij de gemeente geïnformeerd of dat juist was, maar heeft vervolgens tot 18 augustus 2010 geen maatregelen getroffen tot inning van de partneralimentatie die de man haar in haar visie nog verschuldigd was. Naar haar zeggen heeft zij dat onderwerp laten rusten, omdat zij op dat moment bezig was met de start van een eigen bedrijf via het re-integratieproject bij de sociale dienst en later op de partneralimentatie zou terugkomen. Niet is gebleken dat zij de man daarvan op de hoogte heeft gesteld of dat de man dat anderszins wist. Dat de vrouw gedurende een periode van ruim drieënhalf jaar geen aanspraak maakt op partneralimentatie, omdat zij eerst andere zaken wil regelen, terwijl het bij partneralimentatie nu juist gaat om een periodieke bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud waaraan zij gelet op haar eigen stellingen behoefte moet hebben gehad, maakt haar betwisting van de stelling van de man onaannemelijk. Het hof oordeelt dat tegenover de betwisting daarvan door de wederpartij niet is komen vast te staan dat, zoals de man stelt, luid en duidelijk aan de orde is geweest dat hij geen partneralimentatie meer betaalde en dat de vrouw daarmee heeft ingestemd, …

Terug naar overzicht