Sign. - Bijna 40.000 kinderen onder toezicht of voogdij


Eind september 2012 stonden 31.000 kinderen onder toezicht; anderhalf keer zo veel als in 2001. Ondertoezichtstelling is de meest voorkomende maatregel van kinderbescherming. Hierbij raken de ouders het gezag niet kwijt, maar wordt dit wel beperkt. Ruim de helft van de kinderen blijft thuis wonen. In dat geval houdt de gezinsvoogd een oogje in het zeil. Een kind kan ook in een pleeggezin of instelling worden geplaatst.
In 2011 kwamen 10.600 kinderen nieuw onder toezicht te staan. Dat zijn er ruim twee keer zo veel als in 2001. Het aantal ondertoezichtstellingen is vooral tussen 2001 en 2007 gestegen. Deze toename is mede te verklaren door de toegenomen aandacht voor kindermishandeling.
Eind september 2012 stonden 8000 kinderen onder voogdij, ruim anderhalf keer zo veel als in 2001. Wanneer ouders de verzorging en opvoeding van een kind niet aankunnen of het kind ernstig verwaarlozen of misbruiken, kan het kind onder voogdij worden gesteld. Al sinds de invoering van de 'Kinderwetten' in 1901 is het mogelijk een kind in het uiterste geval bij de ouders weg te halen. Het kind gaat dan naar een pleeggezin of een instelling. In 2011 werden 1.500 kinderen onder voogdij geplaatst, een verdubbeling ten opzichte van 2001.
Tot begin jaren tachtig van de vorige eeuw stonden ongeveer evenveel kinderen onder voogdij als onder toezicht. De laatste decennia wordt de lichtere maatregel van ondertoezichtstelling veel vaker toegepast dan de voogdijmaatregel. Per 30 september 2012 stonden vier keer zoveel kinderen onder toezicht als onder voogdij.

(Ministerie van Veiligheid en Justitie/CBS)

Terug naar overzicht