Sign. - De deskundige, het bestuur, de rechter en het recht van de partijen op een eerlijk proces (NJB 2017, afl. 9 p. 574-580)


Prof. mr. P.J.M.R. Lemmens onderzoekt in deze bijdrage aan de hand van een drietal arresten en beslissingen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (Korošec, Letinčić, Spycher) welke eisen artikel 6 EVRM stelt aan het adviseren door deskundigen in het kader van de besluitvorming door het bestuur en aan de toetsing door de rechter van besluiten die steunen op dergelijke adviezen. De auteur concludeert dat er op zich geen bezwaar tegen bestaat dat het bestuur een beroep doet op deskundigen bij de besluitvorming en dat de rechter bij zijn toetsing van die besluitvorming zijn uitspraak op deze adviezen baseert. Hij stelt vervolgens vast dat door het bestuur aangestelde deskundigen niet altijd als neutraal kunnen worden aangemerkt: dit is in beginsel wel het geval bij externe deskundigen (ook al worden zij door de overheid betaald), maar in beginsel niet bij deskundigen die onderdeel van het bestuur zijn. Advisering door die laatste soort deskundigen is problematisch uit een oogpunt van het beginsel van ‘equality of arms’ tussen bestuur en burger. Zowel bij advisering door een neutrale, als een niet-neutrale deskundige geldt dat de burger hun adviezen effectief moet kunnen betwisten. Die betwisting kan betrekking hebben op de neutraliteit van de deskundige, de zorgvuldigheid van zijn onderzoek of de inhoud van zijn advies. Indien de rechter tot de conclusie komt dat het onderzoek van de deskundige zo gebrekkig is geweest dat de eerlijkheid van het proces in het gedrang komt, zal hij maatregelen moeten nemen om dit te herstellen, waarbij hij, binnen de kaders van het nationale recht, de meeste geschikte maatregel mag…

Verder lezen
Terug naar overzicht