Sign. - De tenuitvoerlegging van een vaag vonnis


M en V zijn in 1973 op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Hun huwelijk is in 2007 ontbonden door echtscheiding. Op 13 juli 2011 heeft de rechtbank de door V gevorderde verklaring voor recht gegeven dat tussen partijen een overeenkomst bestaat op grond waarvan M zich verbonden heeft vervangende huisvesting voor V in de regio Haarlem te kopen en de veroordeling van M uitgesproken tot nakoming van deze overeenkomst binnen drie maanden, onder verbeurte van een dwangsom. De rechtbank overwoog hiertoe dat op grond van de weergegeven gang van zaken in tussenbeschikkingen van 2006 en 2007 moet worden aangenomen dat sprake is van een dergelijke overeenkomst. V vordert tenuitvoerlegging van het vonnis.
M stelt dat hij niet in staat is binnen drie maanden te voldoen aan de in het vonnis van 13 juli 2011 vermelde veroordeling. Niet alleen beschikt hij over onvoldoende financiële middelen, ook is het onmogelijk aan het vonnis te voldoen zonder nadere criteria. Zo bevat het vonnis geen enkel aanknopingspunt met betrekking tot de te besteden koopsom voor de aan te schaffen vervangende huisvesting, of de plaats waar de woning zou moeten worden gekocht. Nog afgezien van het feit dat M betwist dat er sprake is van een overeenkomst, is volgens hem niet duidelijk of hij kan volstaan met het aanbieden van een appartement en of V een aangeboden woning mag weigeren. Bovendien, zo stelt M, heeft V geen onmiddellijk belang bij de tenuitvoerlegging, aangezien zij al sinds 2006 vervangende huisvesting heeft met een huurcontract voor onbepaalde tijd.
V betwist dat hetgeen in het vonnis ter zake van de overeenkomst is weergegeven, onbepaalbaar is. Voorts voert zij aan dat M al geruime tijd…

Terug naar overzicht