Sign. - Deskundigenonderzoek schadeloosstelling onteigening effecten en vermogensbestanddelen SNS


De minister van financiën heeft de Ondernemingskamer verzocht de schadeloosstelling voor de rechthebbenden ten aanzien van de bij besluit van de minister op 1 februari 2013 onteigende effecten en vermogensbestanddelen van SNS reaal NV en SNS Bank NV vast te stellen in overeenstemming met zijn aanbod, "kosten rechtens". De door de minister aangeboden schadeloosstelling bedraagt nihil voor alle onteigende effecten en vermogensbestanddelen. De belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen het aanbod van de minister en hebben de Ondernemingskamer verzocht om de schadeloosstelling op een hoger bedrag vast te stellen, althans dat de Ondernemingskamer eerst een deskundigenbericht gelast. De gronden van de beslissing – algemene opmerkingen art. 6:8 lid 1 Wft bepaalt dat "de rechthebbende ten aanzien van een krachtens art. 6:2 onteigend vermogensbestanddeel of effect [...] recht op schadeloosstelling" heeft. Volgens art. 6:11 Wft moet de Ondernemingskamer de schadeloosstelling vaststellen "overeenkomstig het aanbod van Onze Minister, tenzij zij aannemelijk acht dat het aanbod geen volledige vergoeding vormt voor de door betrokkene geleden schade." Doet dit laatste zich voor, dan moet de Ondernemingskamer "met inachtneming van de art. 6:8 en 6:9 Wft voor betrokkene een hogere schadevergoeding vast[stellen]". De taak van de Ondernemingskamer is een zelfstandige in die zin, dat zij tenminste onderzoekt of zij het aannemelijk acht dat het aanbod geen volledige vergoeding van de door de betrokkenen geleden schade vormt, ongeacht of wel of niet verweer is gevoerd. aan het onteigeningsbesluit komt – voor zover het beroep tegen het onteigeningsbesluit is verworpen – formele rechtskracht toe: voor de Ondernemingskamer is de onteigening in zoverre een gegeven, dat zij deze niet…

Verder lezen
Terug naar overzicht