Sign. - Echtelijke woning hoeft (nog) niet verkocht te worden


M en V waren in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Hun huwelijk is in 2010 door echtscheiding ontbonden. De waarde van de (ontbonden) huwelijksgoederengemeenschap is negatief. Tot de gemeenschap behoort de voormalig echtelijke woning, die is belast met hypotheek. M is intussen hertrouwd en woont met zijn nieuwe gezin in bedoelde woning. Op 7 maart 2012 heeft de rechtbank de verdeling vastgesteld, overwegende: 'Gelet op de onderwaarde van de woning van circa € 30.000 (...) en de hoogte van de overige schulden, acht de rechtbank het alleszins redelijk de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast te stellen conform het voorstel van M. Daar doet niet aan af dat M er tot op heden niet in is geslaagd een hypotheek te verkrijgen die ertoe leidt dat V kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de op de woning gevestigde hypotheken.'
In hoger beroep verzoekt V het hof te bepalen dat M zijn medewerking dient te verlenen aan de verkoop van de echtelijke woning en haar (V) te machtigen al datgene te doen om de verkoop en levering van de woning af te wikkelen.
Volgens V laat de rechtbank haar in een onverdeelde boedel leven. Het gevolg daarvan is dat V, nu de huwelijksgoederengemeenschap een negatief saldo kent en zij geen inkomen heeft, genoodzaakt is zich aan te melden voor schuldhulpverlening/schuldsanering. Zolang de hypotheek op beider namen staat, kan V dit traject niet in en wordt zij in alle opzichten beperkt in haar leven. V wordt achtervolgd door schuldeisers met betrekking tot de andere huwelijkse schulden en dient te leven van de beslagvrije voet. Zolang zij…

Terug naar overzicht