Sign. - Een huwelijk tussen schuldeiser en een schuldenaar bestaat niet


V en M zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Bij beschikking van 19 januari 2010 is de echtscheiding tussen hen uitgesproken. De huwelijksgoederengemeenschap is niet (volledig) afgewikkeld; hiertoe is een verzoek aanhangig bij de rechtbank. Een dag voor de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, te weten op 22 april 2010, levert M een met hypotheek bezwaard pand aan F voor € 327.500. M doet afstand van betaling van de koopprijs ad € 327.500, onder de verplichting voor F om de verkoopprijs aan hem schuldig te erkennen.
V vordert een verklaring voor recht dat de rechtshandelingen op 22 april 2010 paulianeus zijn, als bedoeld in artikel 3:45 BW, aangezien de woning door M onverplicht en om niet aan F is overgedragen. V vordert vernietiging van de leveringshandeling van 22 april 2010.
Naar het oordeel van de rechtbank is er in de onderhavige situatie geen sprake van een schuldeiser/schuldenaarpositie ten tijde van de beslaglegging, zoals is vereist voor de toepasselijkheid van artikel 3:45 BW. Partijen zijn ex-echtelieden en deelgenoot in een onverdeelde gemeenschap. Afwikkeling van de verdeling heeft (nog) niet plaatsgevonden. Indien en voor zover komt vast te staan dat V een aandeel uit de gemeenschap toekomt, heeft zij ter zake een vordering op de gemeenschap en niet op M. Nu er evenmin sprake is van een voorwaardelijke vordering (vordering onder opschortende voorwaarde), leidt dit ertoe dat de actie op grond van artikel 3:45 BW niet kan slagen.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat ook bij een geslaagd beroep op de vernietiging van de leveringshandeling…

Terug naar overzicht