Sign. - EHRM: beperking vaderschapsactie is in strijd met artikel 8 EVRM


De Finse M is geboren in 1959. Zijn biologische ouders waren niet gehuwd. Het Finse gerecht heeft X (de biologische vader) veroordeeld tot het voldoen van kinderalimentatie. In 1976 wijzigt de wetgeving in Finland met betrekking tot de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap: kinderen geboren vóór 1 oktober 1981 dienen binnen vijf jaar een dergelijk verzoek in te dienen en kunnen zo'n verzoek niet indienen indien de vader is overleden. Deze beperking geldt niet voor kinderen geboren ná voornoemde datum. X overlijdt in 1999. Pas op dat moment wordt het voor M duidelijk dat X niet als zijn vader geregistreerd staat. In 2003 start M een procedure tegen de erfgenamen van X, waarin hij de Finse rechtbank verzoekt de vaststelling van het vaderschap van X uit te spreken. De rechtbank wijst het verzoek af, omdat M de vijfjaarstermijn niet heeft gerespecteerd. Deze beslissing blijft tot in de hoogste instantie in stand.
M verzoekt daarop het EHRM te bepalen dat de Finse wetgeving met betrekking tot de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in strijd is met artikel 8 EVRM. Volgens hem kon hij de vijfjaarstermijn niet in acht nemen, omdat hij niet wist dat het vaderschap van X niet gerechtelijk was vastgesteld.
Het EHRM oordeelde al eerder dat een tijdsbeperking voor het instellen van een verzoek tot het instellen van een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is ingegeven vanwege de wens tot rechterlijke zekerheid in familierelaties. Daarmee is een tijdsbeperking op zichzelf niet in strijd met het EVRM. De vraag is echter of in het onderhavige geval een rechtvaardige belangenafweging heeft plaatsgevonden. Enerzijds heeft een kind het recht te weten van wie hij…

Terug naar overzicht