Sign. - Erfgenaam had recht op ontslagvergoeding die aan erflater was toegekend


In verband met een inkrimping van een bedrijf heeft een werknemer in april 2011 met zijn werkgever een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin onder meer is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 november 2011 zal eindigen en dat de werkgever aan de werknemer een beëindigingsvergoeding van circa € 100.000 zal voldoen. Op 11 augustus 2011 is de werknemer overleden. Naar aanleiding hiervan heeft diens erfgename (X) aanspraak gemaakt op de beëindigingsvergoeding. De werkgever weigert echter de vergoeding aan X uit te keren, omdat de arbeidsovereenkomst op 11 augustus 2011 van rechtswege is geëindigd en de uitkering niet voor X is bedoeld.
Volgens de kantonrechter heeft X aanspraak op de vergoeding die de werkgever met de overleden werknemer was overeengekomen. De kantonrechter overweegt daartoe onder meer dat voor zover het eerdere overlijden van de werknemer geldt als een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW deze voor rekening van de werkgever komt, gelet op de aard van de vaststellingsovereenkomst en het feit dat het tekstvoorstel ervan afkomstig is van de werkgever. Volgens de kantonrechter hield de vaststellingsovereenkomst in dat de werknemer uiterlijk per 1 november 2011 geen aanspraak zou maken op een arbeidsplaats en het bijbehorende salaris. Hij heeft ingestemd met de beëindiging van het dienstverband en daarmee voldaan aan zijn verplichting. Daartegenover staat nakoming van de verplichting van de werkgever tot uitbetaling van de vergoeding. Dat de arbeidsovereenkomst onverhoopt eerder is geëindigd, doet aan deze verplichting niet af. Verder valt noch uit de vaststellingsovereenkomst noch uit het sociaal plan af te leiden dat de beëindigingsvergoeding is aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst op 1 november 2011 met wederzijds goedvinden eindigt…

Terug naar overzicht