Sign. - Erkenning buitenlandse adoptie


M en V, beiden van Nederlandse nationaliteit, zijn in de Verenigde Staten met elkaar gehuwd. In Florida hebben zij de minderjarige Z geadopteerd. Z is Amerikaans staatsburger.
Z is in 2011 op het Nederlandse adres van M en V ingeschreven. M, V en Z wonen in Nederland. M en V verzoeken de rechtbank de adoptie van Z te erkennen en de adoptie van Z door M en V uit te spreken. M en V hebben hun verzoek gegrond op artikel 10:109 BW en artikel en 10:111 BW. De rechtbank stelt het volgende vast:
- de in Florida gegeven adoptiebeslissing is te beschouwen als een beslissing van een ter plaatse bevoegde autoriteit;
- M en V hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland en hadden ten tijde van het adoptieverzoek eveneens hun gewone verblijfplaats in Nederland;
- Z had ten tijde van het adoptieverzoek zijn gewone verblijfplaats in Amerika;
- ten tijde van de uitspraak van de adoptie had Z zijn gewone verblijfplaats in Nederland;
- overeenkomstig het nationale recht van Z is ingestemd met zijn vertrek naar Nederland, waarmee voorbij kan worden gegaan aan de eis dat Z ten tijde van de (definitieve) adoptiebeslissing zijn gewone verblijfplaats in Amerika diende te hebben;
- er is voldoende gebleken dat aan het opmaken van de adoptiebeslissing een behoorlijk onderzoek en een behoorlijke rechtspleging zijn voorafgegaan;
- erkenning van de adoptie is in het kennelijk belang van Z;
- er zijn geen omstandigheden gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat erkenning van de adoptiebeslissing in strijd zou komen met de Nederlandse openbare orde.
Op grond van het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat…

Verder lezen
Terug naar overzicht