Sign. - Feitelijk uiteengaan in 2002, maar voor berekening partneralimentatie aansluiting bij situatie in 2011


M en V zijn in 1986 gehuwd, uit welk huwelijk vijf kinderen zijn geboren. Het huwelijk van partijen is in 2012 door echtscheiding ontbonden, ofschoon partijen al sedert 2002 gescheiden leefden. V is geboren in 1956 en leeft samen met drie van de vijf kinderen. Zij was tot 1 mei 2013 in loondienst werkzaam. M is geboren in 1954. Hij is alleenstaand en werkzaam in loondienst. V verzoekt een door M te betalen partner-alimentatie van € 2.026 per maand. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. V gaat in hoger beroep.
In geschil is de behoefte van V aan partneralimentatie. De rechtbank heeft – voor het bepalen van de huwelijksgerelateerde behoefte – 60% van het netto gezinsinkomen van partijen in 2002 (de datum waarop zij afzonderlijk van elkaar zijn gaan wonen) als norm gehanteerd.
In hoger beroep betoogt V dat de rechtbank, door het hanteren van deze maatstaf, de specifieke omstandigheden van het geval heeft miskend. Volgens haar dient bij de behoeftebepaling tevens rekening te worden gehouden met het vroegere uitgavenpatroon van partijen en met haar huidige uitgaven.
Het hof stelt vast dat M weliswaar in 2002 de echtelijke woning heeft verlaten en apart is gaan wonen, maar dat eerst op 1 juli 2011 een verzoek tot echtscheiding is ingediend. Onweersproken is dat partijen, na hun feitelijke uiteengaan in 2002, er uitdrukkelijk voor hebben gekozen hun huwelijk in stand te laten, opdat V met de kinderen in de echtelijke woning zou kunnen blijven wonen en de kinderen in dezelfde opvoedingsomgeving zouden kunnen opgroeien; aldus zouden de gevolgen van het feitelijk uiteengaan van partijen voor de kinderen…

Terug naar overzicht