Sign. - Gebruik meldcodes huiselijk geweld en kindermishandeling nog onvoldoende


Instellingen voor gezondheidszorg maken nog te weinig gebruik van de meldcodes huiselijk geweld en kindermishandeling. Zorgmedewerkers zijn vaak te weinig geschoold in het gebruik van de meldcodes, zo concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg op basis van onderzoek. De Inspectie onderzocht op verzoek van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in welke mate de gezondheidszorg in staat is om volgens de meldcodes te werken. De Inspectie heeft dit onderzoek in 2012 uitgevoerd in vijftien zorgsectoren. Bijna 3.400 instellingen hebben vragenlijsten ingevuld en ruim 70 instellingen zijn in het kader van het onderzoek bezocht.
De meldcode is het meest in gebruik bij het Gezondheidscentrum voor asielzoekers (100%) en GGD'en (90%). De sectoren die het minst een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gebruikten waren particuliere klinieken (9%), logopedisten (18%), thuiszorginstellingen (23%) en fysiotherapeuten (27%). De meeste sectoren gaven aan de meldcode(s) nog in 2012 of in 2013 te gaan gebruiken.
Het onderzoek sluit aan bij eerder onderzoek van de Inspectie. Bij de afdelingen spoedeisende hulp van ziekenhuizen en bij de huisartsenposten hebben de signalering en aanpak van kindermishandeling na eerder onderzoek van de inspectie al een forse verbetering doorgemaakt. In deze twee sectoren voldoet men vrijwel overal aan de richtlijnen.
De meldcodes kindermishandeling en huiselijk geweld zijn hulpmiddelen voor de zorgsector bij het (vroegtijdig) opsporen en signaleren van geweld in afhankelijkheidssituaties. Het onderzoek van de Inspectie richtte zich op de vragen of de gebruikte meldcodes voldoen aan het basismodel, of instellingen de codes gebruiken en in hoeverre medewerkers met patiënt/cliëntcontact geschoold zijn in het gebruik van de codes.
Het…

Terug naar overzicht