Sign. - Geen doorbreking lotsverbondenheid


De vrouw betoogt dat zij niet gehouden is een uitkering tot levensonderhoud van de man te voldoen vanwege het ontbreken van lotsverbondenheid. Zij stelt in dit verband dat de man haar vele malen mishandeld heeft, waarvan ten minste één keer ernstig (leidend tot een wervelfractuur en drie maanden revalidatie), zodat hij geen recht meer heeft op alimentatie. De vrouw heeft stukken overgelegd om haar betoog te onderbouwen, waaronder getuigenverklaringen, een brief van de reclassering en een verklaring van haar huisarts. Verder heeft de vrouw bewijs aangeboden van haar stellingen, te leveren door vrienden, familie, collega's en een psycholoog.
Het hof kan op basis van de door de vrouw overgelegde stukken niet vaststellen of de man zich inderdaad dusdanig jegens de vrouw heeft gedragen, dat in redelijkheid betaling van partneralimentatie door haar niet langer gevergd kan worden. Bedoelde stukken vormen namelijk op zichzelf onvoldoende bewijs voor haar stelling. De daarin vervatte verklaringen zijn immers gebaseerd op informatie die degenen die verklaren van horen zeggen hebben, of hebben betrekking op voorvallen van lang geleden, dan wel handelingen gericht tegen [kind]. Geen van de verklaringen betreft een direct getuigenverslag van de door de vrouw gestelde mishandelingen jegens haar persoon. Dat de vrouw letsel heeft opgelopen, zoals te lezen is in de verklaring van de huisarts, bewijst niet dat de man dat heeft aangebracht. Het gegeven dat partijen ruzies hadden (waarbij soms de politie moest worden ingeschakeld) leidt evenmin zonder meer tot de conclusie dat aan de lotsverbondenheid tussen hen een einde is gekomen op de grond dat de man zich zodanig grievend jegens de vrouw heeft gedragen dat betaling van partneralimentatie…

Verder lezen
Terug naar overzicht