Sign. - Geen gezamenlijk gezag dankzij social media


M en V hebben van april 2009 tot augustus 2011 een affectieve relatie, waaruit K is geboren. M heeft K erkend. V is van rechtswege belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over K. M verzoekt de rechtbank te bepalen dat beide ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen over K.
De rechtbank oordeelt dat uit het de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting voldoende is komen vast te staan dat indien M en V gezamenlijk het gezag zullen gaan uitoefenen er een gerede kans bestaat dat K klem of verloren zal raken tussen zijn ouders (artikel 1:253c lid 1 en 2 BW).
Daarbij neemt de rechtbank niet alleen het volledig gebrek aan vertrouwen tussen M en V in aanmerking, maar ook de slechte communicatie tussen hen, de diskwalificatie door M van V als verzorgende ouder en vooral het 'modder gooien' naar elkaar, zowel in de stukken als ter terechtzitting.
De rechtbank verwerpt het verweer van M dat overgelegde prints van Facebook en andere sociale media geen (juridische) waarde zouden hebben, omdat zij alleen zijn overgelegd als stemmingmakerij. De Facebook-berichten (de rechtbank noemt hier als voorbeeld 'Vragen hoe het gaat met me kind an de moeder van me kind. Jullie raden het al helemaal geen reactie. Ik zou de andere ouder NOOIT in onzekerheid laten zitten over zijn welzijn' en 'ik weet dat mijn woorden tegen me gebruikt worden en dat sommige woorden omgedraaid worden. Dus ik zet VOOR NU nog niet teveel op FB MAAR!! Als alles achter de rug is zal ik alles vertellen, echt ALLES!! Ook mijn fouten!!') zijn naar het…

Verder lezen
Terug naar overzicht