Sign. - Geen marktmanipulatie


Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan uit de door de AfM vastgestelde feiten en omstandigheden niet met de vereiste mate van zekerheid de conclusie worden getrokken dat verzoekster met de drie in de uitspraak beschreven transacties heeft beoogd een kunstmatige koers voor het aandeel B te bewerkstelligen. De slotsom is dat de voorzieningenrechter door de AfM niet voorshands overtuigend bewezen acht dat verzoekster zich schuldig heeft gemaakt aan marktmanipulatie (art. 5:58 lid 1 onder b Wft). Gelet daarop was de AfM niet bevoegd tot het opleggen van de boete bij het bestreden besluit, zodat de publicatie daarvan reeds daarom voor schorsing in aanmerking komt. De annotatoren onderzoeken of in de onderhavige casus een noodzakelijk verband bestaat tussen de vraag of art. 5:58 lid 1 onder a Wft is overtreden en de vraag of art. 5:58 lid 1 onder b Wft is overtreden en wat de samenhang tussen beide verbodsbepalingen is.
(Vrzngr. Rb. Rotterdam 23 oktober 2012, LJN BY2601, «JOR» 2013/11, m.nt. mr. P.L. Reeser Cuperus en mr. J.S. Roepnarain)

Verder lezen
Terug naar overzicht