Sign. - Geen misbruik van omstandigheden bij aangaan huwelijkse voorwaarden


M en V zijn ex-echtelieden; de man is oud-notaris. V beroept zich op misbruik van omstandigheden, dwaling en onrechtmatige daad ten aanzien van de huwelijkse voorwaarden. Volgens haar is M tekortgeschoten in zijn vertrouwenspositie als (destijds) kandidaat-notaris. De rechtbank volgt V niet in haar stelling dat de overeengekomen koude uitsluiting op zichzelf al tot de conclusie leidt dat de huwelijkse voorwaarden onder invloed van een wilsgebrek tot stand zijn gekomen. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat partijen na de huwelijksvoltrekking ieder hun werkzaamheden hebben voortgezet totdat M werd benoemd tot notaris, waarna V gedurende een aantal jaren parttime werkzaamheden heeft verricht op diens kantoor, waarbij zij een man/vrouw-maatschap zijn aangegaan die in onderling overleg per 1996 is beëindigd, ter gelegenheid waarvan M aan V haar aandeel in de kapitaalrekening heeft uitgekeerd. Voorts staat vast dat V vervolgens een pabo-opleiding heeft gevolgd en na het behalen van haar diploma is gaan lesgeven, in welke baan zij haar eigen pensioenrechten opbouwt. Van een 'traditionele rolverdeling' kan aldus naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval niet worden gesproken, waar nog bij komt dat de effecten van de onderhavige huwelijksvoorwaarden in zoverre zijn gemitigeerd dat de echtelijke woning op beider naam was gesteld en bij verkoop in 2010 bijna € 234.000 per persoon overbleef.
Volgens V is M tekortgeschoten in zijn vertrouwenspositie, nu hij de concept-akte niet zou hebben besproken en toegelicht en alleen de vrijwaring voor toekomstige bedrijfsrisico's aan de orde zou zijn geweest. Wat daarvan zij, het feit dat M naast toekomstig huwelijkspartner destijds tevens…

Verder lezen
Terug naar overzicht