Sign. - Geen onzakelijke lening


Belanghebbende, natuurlijk persoon, investeert als "informal investor" in een bv. Belanghebbendes investering bestond eind 2005 voor € 101.550 uit converteerbare en nietconverteerbare achtergestelde leningen. Tevens wordt belanghebbende aandeelhouder in de bv voor een belang van 7,5%. De bv is in 2006 geliquideerd. In geschil is of belanghebbende de vordering op de bv mag afwaarderen. De Hoge raad herhaalt zijn regel uit BNB 2012/37 over de onzakelijke lening. Deze regel hield in dat wanneer partijen een niet at arm's length rente zijn overeengekomen, deze moet worden gecorrigeerd naar een at arm's length rente, waarbij zekerheden en looptijd van de lening in stand blijven. De aanpassing van de rente mag er niet toe leiden dat de geldlening in wezen winstdelend wordt, omdat dit het karakter van hetgeen partijen zijn overeengekomen zou aantasten. Als hierdoor geen at arm's length rente kan worden bepaald, heeft de verstrekker van de lening een debiteurenrisico gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard. De Hoge raad gaat ervan uit dat de verstrekker van de lening dit risico – behoudens bijzondere omstandigheden – loopt in haar hoedanigheid van aandeelhouder of dochtermaatschappij. Een verlies op de lening is dan niet aftrekbaar. Vervolgens geeft de Hoge raad in dit arrest invulling aan de in BNB 2012/37 genoemde "bijzondere omstandigheden". Van een onzakelijke lening is geen sprake wanneer een belastingplichtige (1) voorafgaand aan de geldverstrekking nog geen aandeelhouder is, (2) in het kader van de geldverstrekking aandeelhouder wordt of anderszins medegerechtigd wordt tot de winst, en (3) de meerderheidsaandeelhouders geen leningen verstrekken aan…

Verder lezen
Terug naar overzicht