Sign. - Geen rechtsgeldige overdracht bankbrieven


Appellanten hebben gelden geleend aan Escue Management Inc., waarvan X bestuurder is. Toen de vorderingen van appellanten op Escue onbetaald bleven, heeft X betaling aangeboden met waardepapieren als zekerheid. Vervolgens zijn appellanten en X overeengekomen dat X de vorderingen van appellanten op Escue kocht voor een koopprijs die hij uiterlijk 5 augustus 2005 aan appellanten zou voldoen. appellanten en X hebben hun overeenkomst vastgelegd in een settlement agreement van 19 en 20 oktober 2003. X heeft zijn schuld aan appellanten onbetaald gelaten. aan appellanten zijn op of na 5 augustus 2005 wel 166 originele obligaties aan toonder (de bankbrieven) ter hand gesteld. Beurshandelaar Y heeft de bankbrieven namens X verworven. Deze bankbrieven behoren tot de op 9 maart 1998 door de bank uitgegeven stukken, waarvan een aantal in de periode tot 2000 uit de kluis van de bank is ontvreemd. appellanten hebben de bank op of na 5 augustus 2005 verzocht tegen inlevering van de bankbrieven K-certificaten af te geven, die – in tegenstelling tot de bankbrieven – vrij verhandelbaar zijn. De bank heeft dit geweigerd. De bank moet stellen en bij voldoende betwisting bewijzen dat X ten tijde van de overdracht van de bankbrieven aan appellanten, niet beschikkingsbevoegd was. Vraag is of Y namens X de bankbrieven heeft verkregen van een beschikkingsbevoegde vervreemder, en mocht dat niet het geval zijn, of Y ten tijde van die bezitsverkrijging te goeder trouw was ten aanzien van de beschikkingsbevoegdheid van die vervreemder. Naar het oordeel van het hof was Y, ook als hij niet van de beschikkingsonbevoegde dief heeft verkregen maar van een latere beschikkingsonbevoegde verkrijger, niet te goeder trouw in de…

Verder lezen
Terug naar overzicht