Sign. - Geen teruggeleiding naar Egypte op grond van ondragelijke toestand ex artikel 13 lid 1 HKOV


M en V zijn in 1996 op de Egyptische ambassade in Nederland met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk zijn drie thans nog minderjarige kinderen geboren. M en de drie kinderen hebben zowel de Nederlandse als de Egyptische nationaliteit, V heeft zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit. M is – op grond van het toepasselijke Egyptische recht – belast met het gezag over de drie kinderen. Het gezin woont sinds 2008 in Egypte. In september 2012 is V met de kinderen naar Nederland vertrokken. M en V zijn nog steeds gehuwd, zowel voor de Egyptische als Nederlandse wet. M verzoekt de teruggeleiding van de minderjarigen naar Egypte. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.
Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de minderjarigen, gelet op hun leeftijd, in een ondragelijke toestand in de zin van artikel 13 lid 1 sub b HKOV, zullen komen te verkeren, indien zij terug zullen moeten keren naar Egypte. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat V heeft aangegeven van M te willen scheiden en niet naar Egypte te kunnen/willen terugkeren, met name niet nu het oudste kind (16 jaar oud) in Nederland wil blijven. Haar positie in Egypte als gescheiden vrouw is – voor zover zij al een verblijfsvergunning krijgt – daarenboven uiterst moeilijk. Voorts kan V in Egypte niet zelf in haar levensonderhoud voorzien, hetgeen zij naar het oordeel van het hof genoegzaam heeft gemotiveerd. De ondragelijke toestand bestaat naar het oordeel van het hof reeds uit de splitsing van het gezin, die het gevolg zal zijn van terugkeer van de twee jongste kinderen naar Egypte, hetgeen mede gezien de…

Terug naar overzicht