Sign. - Geen verkorting alimentatietermijn


De man vordert enerzijds de alimentatietermijn van twaalf jaar te verkorten op grond van artikel 6:248 en 6:258 BW, anderzijds om de hoogte van de alimentatie niet in stand te laten op grond van deze wetsartikelen en voorts op grond van het door partijen gesloten convenant. Zware stelplicht voor de man. De rechtbank oordeelt dat de man, tegenover de gemotiveerde betwisting door de vrouw, onvoldoende heeft onderbouwd dat in onderhavig geval sprake is van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden, dat de ongewijzigde handhaving van deze termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van hem zou kunnen worden gevergd. Nu beroep van de man op artikel 6:248 BW niet slaagt, kan zijn beroep op artikel 6:258 BW evenmin slagen, aangezien deze bepaling een lex specialis vormt van artikel 6:248 BW.

(Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26 juni 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:5905)

Terug naar overzicht