Sign. - Gelijkwaardig ouderschap en vervangende toestemming verhuizing met minderjarige(n)


M en V hebben van januari 1998 tot januari 2011 met elkaar samengewoond. Uit hun relatie zijn twee (thans nog minderjarige) kinderen geboren, die door M zijn erkend. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen. M heeft de Nederlandse en V de Finse nationaliteit. De kinderen hebben zowel de Nederlandse als de Finse nationaliteit. M en V hebben samen het gezag.
V verzoekt (ex artikel 1:253a BW) vervangende toestemming om met de kinderen naar Finland te verhuizen.
In tegenstelling tot de rechtbank wijst het hof het verzoek van V toe. Dat de frequentie van het contact van M met de kinderen bij een verhuizing van V met de kinderen naar Finland zal veranderen, is volgens het hof evident. Daarmee is echter niet gezegd dat voor hem geen inhoudelijk verzorgende en opvoedende rol is weggelegd. Hierbij betrekt het hof dat M eenmaal per drie weken of eenmaal per maand een lang weekend naar Finland kan gaan (zoals door V in het ouderschapsplan voorgesteld en uitgewerkt) en daar invulling kan geven aan zijn opvoedende en verzorgende taak. Tevens zal hij daarbij de kinderen kunnen begeleiden naar hun activiteiten en met hen activiteiten ondernemen in dezelfde mate als hij dat met de kinderen in Nederland kan doen. Het hof oordeelt dat, voor zover een verhuizing van de kinderen naar Finland een inbreuk betekent op het recht op gelijkwaardige opvoeding en verzorging door beide ouders, in dit geval geen sprake is van een dermate grote inbreuk dat deze verhuizing niet in het belang van de kinderen is. Het hof verleent V vervangende toestemming om met de kinderen naar Finland te verhuizen.

Verder lezen
Terug naar overzicht