Sign. - Geschil over de bestemming van de as na crematie


De wens van moeder is in dit kort geding voldoende aannemelijk geworden. Uit de door zoon A overgelegde schriftelijke verklaringen van familieleden en buren/vrienden blijkt unaniem dat het de uitdrukkelijke wens van moeder was dat haar as zou worden uitgestrooid over zee en 'niet in een potje mag worden gestopt'. Het gaat hier om verklaringen van zes verschillende personen die de stelling van zoon A omtrent de wens van moeder onderschrijven. Zij ontlenen hun visie blijkens hun verklaringen aan mededelingen die zij moeder zelf hebben horen doen. Concrete aanleiding om aan hun geloofwaardigheid te twijfelen is er niet. Ook zoon B erkent dat moeder uitdrukkelijk niet wilde dat haar as in een urn zou worden bewaard.
Het standpunt van zoon B dat weliswaar duidelijk is dat moeder niet wilde dat haar as in een urn zou worden bewaard, maar dat nog wel onduidelijkheid bestaat over de vraag of moeder bezwaren zou hebben tegen het bewaren van een klein gedeelte van haar as in een reliek, leidt de voorzieningenrechter niet tot een ander oordeel. Niet alleen blijkt uit de overgelegde verklaringen dat moeder haar as over zee of het strand uitgestrooid wilde zien, hetgeen evident niet strookt met het bewaren van een deel van haar as in een reliek, maar ook uit de verklaring van moeder, zoals deze blijkt uit de verschillende overgelegde verklaringen, dat haar as 'niet in een potje mag worden gestopt', kan in redelijkheid worden afgeleid dat ook het bewaren van een gedeelte van haar as in relieken niet tot de wens van moeder behoorde. Dat het slechts om een zeer klein gedeelte van de as zou gaan maakt dit niet anders. As…

Verder lezen
Terug naar overzicht