Sign. - Gevolgen co-ouderschap voor de toerekening van de kosten aan ieder van de ouders


De ouders zijn een co-ouderschapsregeling overeengekomen, inhoudende dat de minderjarigen 50/50 beurtelings bij de vader en de moeder verblijven. Uitgangspunt in een dergelijke situatie is dat de kosten van de minderjarigen voor de helft aan de vader en de moeder worden toegerekend. Het hof ziet in de onderhavige situatie geen aanleiding om af te wijken van voormeld uitgangspunt. Immers, uit de door de partijen overgelegde stukken is genoegzaam gebleken dat beide ouders kosten voor de minderjarigen voldoen. Op basis van die stukken is niet vast te stellen wie welk bedrag exact voldoet. Naar het oordeel van het hof is dit ook niet vast te stellen. Daar komt bij dat beide ouders verschillen van inzicht over welke kosten noodzakelijk zijn voor de minderjarigen. Als bepaald wordt dat een van de ouders alle kosten van de minderjarigen zal voldoen, zal dit ertoe leiden dat de andere ouder geen enkele inspraak meer heeft in het uitgavenpatroon dat ten behoeve van de minderjarigen wordt voldaan. In een situatie als de onderhavige, waarin sprake is van een co-ouderschapsregeling, kan dan ook in redelijkheid van een van de ouders (in casu de moeder) niet worden gevergd dat zij haar beslissingsbevoegdheid met betrekking tot de financiële uitgaven voor de kinderen volledig aan de vader zal delegeren, tenzij zij daarmee instemt. Het hof rekent derhalve de kosten van de minderjarigen voor de helft aan de vader en de moeder toe.

(Gerechtshof 's-Gravenhage 14 november 2012, LJN BZ2978)

Verder lezen
Terug naar overzicht