Sign. - Gewone verblijfplaats


Het enkele feit dat de minderjarige feitelijk iets minder dan een jaar – van september 2010 tot augustus 2011 – in Marokko heeft verbleven, maakt niet dat hij aldaar zijn gewone verblijfplaats heeft verkregen. Hiertoe overweegt de rechtbank dat de minderjarige indertijd nog een zuigeling was en daardoor noodzakelijkerwijs deel uitmaakt van de sociale en familiale omgeving van de moeder, zodat de integratie van de moeder in die omgeving in beginsel van belang is voor de vraag met welk land de minderjarige de nauwste bindingen heeft. Vanzelfsprekend heeft de moeder een nauwe band met Marokko, nu zij daar is geboren en getogen en er tot haar huwelijk met de vader heeft gewoond. Dit brengt evenwel niet mee dat er van moet worden uitgegaan dat de minderjarige, door met de moeder in Marokko te verblijven zijn gewone verblijfplaats in Marokko heeft verkregen. De intentie van zijn, hem primair verzorgende, moeder staat daar immers haaks op. Met name gezien de door de moeder nog op 23 augustus 2010 gemaakte afspraak bij het consultatiebureau voor 27 september 2010 kan er van worden uitgegaan dat zij daadwerkelijk in de veronderstelling was dat partijen voor vakantiedoeleinden naar Marokko gingen en vóór 27 september 2010 weer terug in Nederland zouden zijn. Zij heeft, toen zij er achter kwam dat dit niet de bedoeling van de vader was, in Marokko aangifte tegen de vader gedaan, is bij hem weggegaan, naar haar ouders in Marokko vertrokken en heeft getracht zo snel mogelijk met de minderjarige naar Nederland terug te keren. Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige naar Marokko wordt afgewezen.

(Rechtbank 's-Gravenhage 3 april 2012, LJN BW1426)

Terug naar overzicht