Sign. - Gezamenlijk verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling en toepasselijk recht


M en V hebben een gezamenlijk verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. M heeft zowel de Nederlandse als de Turkse nationaliteit, V heeft de Turkse nationaliteit. Partijen zijn in 1984 in Turkije gehuwd. M woont sinds 1973 in Nederland, V sinds 1985. Zij hebben noch voor, noch tijdens hun huwelijk een rechtskeuze gedaan. De rechtbank onderzoekt daarom welk recht van toepassing is op hun huwelijksvermogensregime om te bezien of zij in hun gezamenlijke verzoek ontvankelijk zijn.
Partijen zijn in 1984 getrouwd in Turkije. Dit betekent dat zij zijn gehuwd na de buitenwerkingstelling van het Haags Huwelijksgevolgenverdrag van 1905 (23 augustus 1977) en vóór inwerkingtreding van het Haags huwelijksvermogensverdrag van 1978 (1 september 1992). M en V hebben noch voor, noch tijdens het huwelijk een rechtskeuze gedaan. Het toepasselijke huwelijksvermogensregime moet daarom worden bepaald aan de hand van de in het arrest Chelouche/Van Leer (HR 10 december 1976, NJ 1977, 275) geformuleerde criteria. Omdat M en V op het moment van de huwelijkssluiting beiden de Turkse nationaliteit bezaten, moet de vraag naar het toepasselijk recht op het huwelijksvermogensregime meer specifiek worden beantwoord op basis van de eerste trap van de in genoemd arrest ontwikkelde objectieve conflictenregel, op grond waarvan dan het Turks recht van toepassing is. Nu partijen echter vanaf 1985 hun gemeenschappelijke woonplaats in Nederland hebben en daar ook hun gehele schuldpositie is ontstaan, is de rechtbank – met toepassing van artikel 10:8 BW – van oordeel dat (1) Nederlands recht van toepassing is, (2) M en V in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en (3) dat zij in…

Verder lezen
Terug naar overzicht