Sign. - Gezamenlijke bankrekening betekent nog geen wetenschap


V is getrouwd met M en sluit in de periode van 1994 tot met 2000 een achttal overeenkomsten tot effectenlease met Dexia. M heeft V geen schriftelijke toestemming verleend voor het aangaan van de overeenkomsten. In 1999 en 2001 zijn de eerste twee gesloten overeenkomsten geëindigd, met een koerswinst van € 36.437 respectievelijk € 30.208, uitgekeerd aan V. In 2003 vernietigt M buitengerechtelijk de overeenkomsten drie tot en met acht, wegens het ontbreken van toestemming van zijn kant (artikelen 1:88 en 1:89 BW).
Volgens Dexia is de vordering tot buitengerechtelijk vernietiging door M verjaard. Dexia stelt dat in het algemeen ervan mag worden uitgegaan dat in Nederlandse gezinsverhoudingen de echtgenoot ervan op de hoogte is wanneer de partner investeringen als de onderhavige doet en dat de bedragen zijn betaald vanaf een gezamenlijke rekening van V en M. Dexia wijst voorts op enkele feitelijke gebeurtenissen waaruit volgens haar blijkt dat M op de hoogte was van de effectenlease. Zo blijkt uit het klantinformatiesysteem van Dexia dat V in 1999 tijdens een telefoongesprek met Dexia heeft aangegeven overleg te willen voeren met haar echtgenoot.
V stelt dat M geen inzage had in de gezamenlijke rekening. In het kader van de tussen V en M gemaakte taakverdeling behartigde V alle financiële aangelegenheden, zowel zakelijk als privé. M hield zich bezig met 'operationele' zaken. V stelt dat de gestelde telefoongesprekken nog niet betekenen dat V het voornemen tot het sluiten van een nieuwe effectenleaseovereenkomst met M heeft besproken. M was pas op de hoogte van de effectenleaseovereenkomsten in 2002, toen tijdens een televisieprogramma werd gesproken over dit soort producten. V…

Verder lezen
Terug naar overzicht