Sign. - Hebben partijen de wettelijke indexering uitgesloten bij convenant?


M en V zijn in 1994 gehuwd. Hun huwelijk is in 2001 door echtscheiding ontbonden. Uit hun huwelijk is in 1995 dochter D geboren. Gedurende haar minderjarigheid hadden partijen gezamenlijk het gezag over D. Bij de echtscheidingsbeschikking is een door M te betalen kinderalimentatie bepaald van ƒ 800 (€ 363) per maand. Partijen zijn in hun echtscheidingsconvenant onder meer het volgende overeengekomen: 'De man zal aan het begin van iedere maand aan de vrouw ten behoeve van de verzorging en de opvoeding van het kind een bedrag € 313 betalen. De man zal aan het begin van iedere maand op [rekening] een bedrag van € 50 betalen.' Volgens V dient de bij voormeld convenant overeengekomen kinderalimentatie te worden verhoogd met de wettelijke indexering ex artikel 1:402a lid 1 BW. M is het daar niet mee eens en beroept daarnaast zich op rechtsverwerking.
In de tekst van het echtscheidingsconvenant is niets omtrent de al dan niet toepasselijkheid van de wettelijke indexering opgenomen. Dat leidt volgens het hof evenwel niet tot de conclusie dat partijen de wettelijke indexering hebben uitgesloten of willen uitsluiten, nu deze immers ook van toepassing is als een convenant daarover zwijgt. Het hof is voorts van oordeel dat M zijn stelling dat partijen ten tijde van het sluiten van het convenant hebben bedoeld de wettelijke indexering uit te sluiten, tegenover de uitdrukkelijke betwisting door V, onvoldoende heeft geconcretiseerd, hoewel dit op zijn weg lag nu hij zich beroept op een afwijking van de hoofdregel van artikel 1:402a lid 1 BW. Dat partijen hieromtrent ten tijde van het sluiten van het convenant (mondeling) afspraken hebben gemaakt, heeft…

Terug naar overzicht