Sign. - Hinder van Arabische jongensnaam


Verzoekster, geboren in 1939, vraagt wijziging van haar voornaam [naam A; in de Arabische cultuur een jongensnaam] in [naam B]. Zij heeft eerder in 2006 een verzoek tot voornaamswijziging gedaan. Dat verzoek is door de rechtbank, na een belangenafweging waarbij het persoonlijke belang onvoldoende zwaarwichtig werd geacht ten opzichte van het maatschappelijke belang, afgewezen. Verzoekster stelt thans (2012) in toenemende mate hinder te ondervinden van haar voornaam, met name tijdens reizen naar landen met een van oorsprong Arabische cultuur. Zij krijgt dan te maken met verbaasde, hilarische, kwetsende of anderszins vervelende reacties. Zij is hierdoor steeds angstiger geworden om te reizen en durft niet meer naar het geboorteland van haar man (Indonesië) te reizen. Het OM is van oordeel dat eerder gesproken zou kunnen worden van ergernis dan van enorme hinder en heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Verzoekster heeft een verklaring van haar huisarts overgelegd. Uit die verklaring komt naar voren dat verzoekster al jaren tobt met verschillende psychosomatische klachten, welke lijken voort te komen uit ernstige spanningsklachten vanwege negatieve emoties en gedachten welke verzoekster ondervindt van haar voornaam en de problemen rondom haar naamswijziging. Deze ernstige klachten bestaan al meerdere jaren en hebben geleid tot vermijdingsgedrag, welke zowel de geestelijke als lichamelijke gezondheid van verzoekster danig ondermijnen. Verzoekster heeft haar voornaam gekregen in een tijd waarin [naam A] een gangbare meisjesnaam in Nederland was. De onprettige voorvallen hebben mede te maken met wijzigingen in onze samenleving sinds de tijd dat verzoekster haar voornaam kreeg. Gelet op de door verzoekster geschetste persoonlijke beleving en de nadelige gevolgen die zij thans ondervindt, …

Terug naar overzicht