Sign. - Hof acht testament niet onduidelijk door ontbreken plaatsvervullingsclausule


M, de vader van Z en D, is in 2004 overleden. D was al in 2002 overleden met achterlating van een echtgenoot en kinderen als haar erfgenamen. Volgens het laatste testament van M, dat in 1993 is opgesteld, heeft M zijn kinderen benoemd tot zijn enige erfgenamen. In het testament ontbreekt een plaatsvervullingsclausule. In geschil is of de kinderen van D desondanks haar plaats vervullen in de nalatenschap van M. Volgens het hof gaat het hier om de vraag of de onderhavige erfstelling onduidelijk is, zodat tot een uitleg van het testament moet worden overgegaan op grond van artikel 4:46 BW. Toen M in 1993 het testament maakt, waren zijn beide kinderen nog in leven. In het licht van deze omstandigheid zijn de bewoordingen van het testament niet onduidelijk. Dat dit kennelijk ook de verhoudingen zijn geweest die M heeft willen regelen, vindt bevestiging in het feit dat M in 1993 al vier kleinkinderen had en dat hij in het overlijden van zijn echtgenote en vervolgens D kennelijk geen aanleiding heeft gezien zijn testament te wijzigen. M heeft het vooroverlijden van een kind niet in aanmerking genomen bij het maken van zijn testament. Op grond van het vorenstaande is er voor uitleg van het testament geen plaats en is Z de enige erfgenaam van M. Wel merkt het hof op dat de kinderen van D voldoen aan de vereisten tot het zijn van legitimarissen en dat zij een beroep hebben gedaan op hun legitieme portie, welk recht door Z is erkend.

(Gerechtshof 's-Gravenhage 21 augustus 2012, LJN BY4759)

Terug naar overzicht