Sign. - Hof houdt geen rekening met draagkracht stiefvader


Uit de inmiddels verbroken affectieve relatie tussen M en V zijn twee kinderen geboren. M heeft de kinderen erkend. De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij V en zij oefent alleen het gezag uit over de kinderen. In 2009 heeft de rechtbank de door M aan V te betalen kinderalimentatie op € 253 per kind per maand bepaald. V is in 2011 getrouwd met X. Tussen partijen is niet in geschil dat dit een wijziging van omstandigheden is in de zin van artikel 1:401 lid 1 BW, hetgeen een hernieuwde beoordeling rechtvaardigt.
In hoger beroep verzoekt M de door hem te betalen kinderalimentatie te wijzigen en een bijdrage van € 322,85 per maand voor beide kinderen gezamenlijk vast te stellen. Volgens M heeft de rechtbank de draagkracht van X ten onrechte verdeeld over drie kinderen. Hij is van mening dat de draagkracht van X volledig ten behoeve van de behoefte van de twee kinderen van M en V moet worden aangewend.
Uit de Parlementaire Geschiedenis met betrekking tot artikel 1:395 BW volgt dat als de onderhoudsverplichting van de stiefouder samenvalt met die van de ouder van de kinderen, de verplichtingen ter zake van onderhoud in beginsel van gelijke rang zijn. De omvang van ieders onderhoudsverplichting hangt dan af van de omstandigheden van het geval, waarbij als belangrijke factoren in het bijzonder gelden (1) het gegeven dat tussen de ouder en het kind een nauwere verwantschap bestaat dan tussen de stiefouder en het stiefkind, (2) de draagkracht van de ouder en de stiefouder en (3) de feitelijke verhouding tot ieder van de onderhoudsplichtigen (vgl. HR 13 juli 2012, LJN…

Verder lezen
Terug naar overzicht