Sign. - Hof komt niet toe aan het bevelen van een DNA-onderzoek


De man heeft gesteld dat hij het vermoeden heeft dat hij niet de verwekker is van het kind. De man heeft van de vrouw vernomen dat zij ten tijde van de verwekking ook nog met een andere man gemeenschap heeft gehad. Daarnaast zou de vrouw, aldus de man, ten tijde van de verwekking als prostituee hebben gewerkt. De man ziet niet veel gelijkenis tussen hem en het kind en heeft dan ook gerede twijfel om aan te nemen dat hij haar verwekker is. De man is van mening dat de vraag over het al dan niet betalen van alimentatie pas aan de orde is als (door middel van DNA-onderzoek) is vastgesteld dat hij de biologische vader is.
Het hof is van oordeel dat de man voldoende gemotiveerd heeft gesteld dat onzeker is of hij de verwekker van het kind is. De vrouw, die niet ter zitting aanwezig is geweest, heeft deze stelling van de man onweersproken gelaten, terwijl het op haar weg had gelegen om aannemelijk te maken dat de man de verwekker van het kind kan zijn. Nu de vrouw dit heeft nagelaten, gaat het hof ervan uit dat de man niet de verwekker van het kind is. Dientengevolge komt het hof niet toe aan het bevelen van een DNA-onderzoek, zoals door de man is verzocht. Nu de man niet als verwekker van het kind moet worden aangemerkt, rust op hem geen verplichting tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind als bedoeld in artikel 1:394 BW.

(Gerechtshof Leeuwarden 10 januari 2012, LJN BV1111)

Verder lezen
Terug naar overzicht