Sign. - Hof mocht voor erfbelasting letten op later gerealiseerde verkoopopbrengst


De vader van X c.s. is op 20 november 2003 overleden. Tot zijn nalatenschap behoorde een Chinese pot. Op 12 juli 2005 is de pot op een veiling verkocht voor € 23 mln. Nadien hebben X c.s. voor het successierecht een suppletieaangifte ingediend waarin de pot is opgenomen voor € 100.000. Dit is de waarde die het veilinghuis op 1?december 2004 aan de pot had toegekend. In hoger beroep oordeelde het hof dat de waarde van de pot op de overlijdensdatum schattenderwijs moet worden gesteld op € 10 mln. Hierbij is de veilingopbrengst tot uitgangspunt genomen. Voorts is rekening gehouden met de algemene waardestijging in de periode na het overlijden zoals die blijkt uit een deskundigenbericht. Volgens de Hoge Raad mocht het hof bij het ontbreken van een verkoopprijs op de overlijdensdatum in een geval als het onderhavige waarin partijen de door hen verdedigde waarden niet aannemelijk hebben gemaakt, de latere verkoopopbrengst tot uitgangspunt nemen en op basis daarvan de waarde op de overlijdensdatum schattenderwijs vaststellen met inachtneming van de tussentijdse marktontwikkelingen. Dat die periode 20 maanden omvat, staat daaraan evenmin in de weg. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van X c.s.

(Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:31)

Verder lezen
Terug naar overzicht