Sign. - Hoge Raad: bij uitleg testament moet ook worden gelet op ’externe’ verklaringen


M is in 2006 overleden. In zijn testament heeft hij op zijn nalatenschap de wettelijke verdeling (artikel 4:13 BW) van toepassing verklaard en zijn tweede echtgenote (V) en zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk benoemd tot zijn enige erfgenamen. Daarnaast bevat het testament de volgende bepaling: 'Ik hef de verplichting op van mijn echtgenote tot overdracht van goederen aan mijn kinderen (ter voldoening aan hun vordering) als bedoeld in de artikelen 4:19 en 4:20 BW.'
In 2008 heeft de notaris die het betreffende testament had opgesteld verklaard dat in het testament ten aanzien van de wilsrechten een vergissing is gemaakt: er had niet moeten worden verwezen naar artikel 4:19 en 4:20 BW, maar naar artikel 4:21 en 4:22 BW. De uitsluiting in het testament van de artikelen 4:19 en 4:20 BW is hier zinloos, omdat die wilsrechten slechts gelden indien de kinderen van de erflater uit hoofde van de wettelijke verdeling een geldvordering krijgen op hun eigen ouder. De wilsrechten van artikel 4:21 en 4:22 BW gelden als de kinderen een vordering hebben op een stiefouder.
In navolging van de rechtbank verwerpt het hof het betoog van V dat het testament zo moet worden uitgelegd dat de wilsrechten van artikel 4:21 en 4:22 BW zijn uitgesloten.
Het hof overweegt onder meer dat V en de kinderen het erover eens zijn dat het uitsluiten van de wilsrechten van artikel 4:19 BW en 4:20 BW in het testament zinloos was. De in die bepalingen geregelde situaties deden zich ten…

Verder lezen
Terug naar overzicht