Sign. - Internationale kinderontvoering


Nadat het hof de beslissing van de rechtbank, waarbij de moeder toestemming is verleend om met de minderjarige kinderen naar Spanje te verhuizen, heeft vernietigd, heeft de vader de kinderen zonder toestemming van de moeder meegenomen naar Nederland. De moeder vraagt teruggeleiding van de kinderen naar Spanje, alwaar zij sinds eind maart 2010 met hen gevestigd was. Vanaf het verblijf van de kinderen in Spanje werd uitvoering gegeven aan een contactregeling tussen de vader en de kinderen, welke regeling plaats had in Spanje en in Nederland. Partijen twisten over de vraag of de kinderen, op het moment van de overbrenging door de vader naar Nederland, hun gewone verblijfplaats hadden in Spanje dan wel in Nederland. 
Tijdens de regiezitting bestond niet bij partijen de bereidheid tot mediation. Wel hebben zij een overeenkomst gesloten waarbij – kort samengevat – is vastgesteld dat de kinderen in Nederland blijven totdat onherroepelijk is beslist op het teruggeleidingsverzoek. Gedurende die periode in Nederland zullen de ouders de zorg over de kinderen bij helfte delen en geldt een ruime contactregeling van de moeder met de kinderen. De vaststellingsovereenkomst is aan de tussenbeschikking gehecht en de zaak is vervolgens verwezen naar de meervoudige kamer (zie ook LJN BU4684). 
Bij eindbeschikking heeft de meervoudige kamer van de rechtbank geoordeeld dat de kinderen, gelet op (1) de bij de moeder, die steeds de hoofdverzorgster is geweest, aanwezige intentie om te verhuizen, (2) hun daadwerkelijke integratie in Spanje, alsmede (3) de duur van hun verblijf aldaar (ruim elf maanden, zijnde bijna een kwart van het leven van de oudste minderjarige en bijna een derde van het leven van…

Verder lezen
Terug naar overzicht