Sign. - Jeugdzorg 2011: schaarse middelen, meer kinderen en ouders geholpen


Jeugdzorgorganisaties begeleiden in 2011 nog steeds meer kinderen en hun ouders bij opvoed-, ontwikkelings- en gedragsproblemen. Na een jarenlange sterke stijging is er echter sprake van een stabilisatie. In 2011 zijn bijna 2% meer jeugdige geholpen dan in 2010. Met name de jeugdhulp (ambulante hulp) is vaker ingezet, een stijging van 6%, zo blijkt uit de onlangs verschenen Brancherapportage Jeugdzorg 2011.
Deze ontwikkeling is in lijn met de visie van jeugdzorgorganisaties dat kinderen en hun opvoeders – in geval van jeugd-zorg – waar mogelijk ambulante jeugdhulp ontvangen in en naast het eigen gezien. Er wordt vooral ingezet op het netwerk en de krachten van het eigen gezin, met het resultaat minder uithuisplaatsingen. Andere vormen van zorg worden pas ingezet als de ambulante hulp niet toereikend is. Als kinderen niet langer thuis kunnen wonen, gaat de voorkeur daar waar mogelijk uit naar een verblijf in een pleeggezin. Ook dit is terug te vinden in de cijfers van de laatste jaren: kinderen zijn vaker opgenomen in een pleeggezin en iets minder vaak in jeugdzorgaccommodaties.
Sinds de invoering van de Wet op de Jeugdzorg in 2005 is de vraag naar jeugdzorg jaren gestegen. In 2011 zijn voor het eerst tekenen van stabilisatie zichtbaar. Na jaren stijging van gemiddeld 6% per jaar is in 2011 nog een kleine 2% meer jeugdigen geholpen door Jeugd & Opvoedhulp. Dezelfde ontwikkeling is te zien bij de hulp die door de rechter werd opgelegd. Bureaus Jeugdzorg begeleiden in 2011 nog maar 1% meer jeugdigen met een maatregel (gedwongen) jeugdbescherming in vergelijking met het jaar daarvoor.
De jeugdzorg wordt steeds minder gefinancierd met…

Terug naar overzicht