Sign. - Jongmeerderjarige student vordert hogere bijdrage van vader met wie hij geen contact wil


De ouders van de jongmeerderjarige X zijn gescheiden. De man betaalde na de scheiding maandelijks € 300 voor de verzorging van X. X heeft nu verzocht om zijn vader te veroordelen aan hem maandelijks € 500 per maand te betalen. Volgens X is er sprake van een wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:401 lid 1 BW: hij is gaan studeren en op kamers gegaan. De rechtbank bespreekt (de vaststelling van) de verplichte bijdrage van ouders in de kosten van levensonderhoud en studie, en acht de vordering toewijsbaar. De rechtbank acht het feit dat X het contact met zijn vader afwijst, geen grond om het beroep van de vader op matiging van het bedrag te honoreren. Hetgeen door de man is aangevoerd, heeft voornamelijk betrekking op de heftige (juridische) strijd waarin de man en de moeder van X, over het hoofd van X heen, al jarenlang zijn verwikkeld. In deze strijd diskwalificeert men elkaar op soms schokkende wijze, hetgeen ook ter zitting is gebleken. Dat dit bij alle betrokkenen zijn sporen nalaat, staat vast.
Niet aannemelijk is geworden dat de door de man gestelde psychische en fysieke klachten die hem beperken in de uitoefening van zijn functie het gevolg zijn van het gedrag van X. Het enkele weigeren door X van contact met de man vormt naar het oordeel van de rechtbank geen zelfstandige grond voor de beperking van de onderhoudsverplichting.

(Rechtbank Groningen 24 januari 2012, LJN BV2864)

Terug naar overzicht